Over the last two years we have discussed the term “edged dilute” with several breeders, judges etc.
The term edged dilute is already well know with regard to lovebirds and doesn’t create much problems for lovebirds breeders. But this autosomal recessive mutation, is not only found in A. roseicollis but also in Bourke Parrots, Cockatiels, Forpus, Eastern Rosellas, and possibly at least two other Rosella species. Here, the use of the term edged dilute has not yet become commonplace.
We have to admit that, since edged and dilute are actually separate mutations, this certainly can lead to confusion when names overlap. The breeders of species other than lovebirds have increasingly been pushing for a solution in this matter. Considering that, according to international agreements, we want to use the same name for the same mutation within all species.
After long discussions and debats with different societies worldwide, last year, we only received lots of negative comments, rejections, but no single alternative. So we left it up to them and we decided to continue to use the term “edged dilute” for lovebirds as long as there was no suitable international consensus among the different organisations involved in this.
Two months ago I was contacted again by breeders because not other organization made the effort to find an acceptable solution. So we agreed (again) to help them find a solution.
A possible solution was the use of recessive edged, but many of us think that ‘recessive edged’ will create nearly as many problems as ‘edged dilute’, meaning the expectation that there is some connection with Dominant Edged.
Another suggestion was “marbled”. Pedro Prieto from Venezuela suggested this name in 2009. This name is already used in scientific literature for a (phenotypic simular looking) mutation in quails. Dr. Terry Martin found by coincidence that Mr. D’Angieri had previously also suggested the name MARBLED for this mutation and therefore this term might already be used somewhat in South America. So we decided to introduce the term MARBLED to replace the term “edged dilute”. As the genetic symbol we choose “mb” (not “ma”, because that may cause confussion with the symbol mo – mottle).
These wild-type grey cockatiels have clearly brown feathers on various parts of the body. There are 10 affected cocks and an undetermined number of hens, all related.
Toen ik enkele jaren geleden, op vraag van BNEC, de mutanten bij de goulds aan een onderzoek onderworpen heb, heb ik toen de bestaande literatuur er bijgenomen en ben ik gestart vanuit het oogpunt dat er phaeo in de buikveren aanwezig is. Dit zou dan ook de verklaring geweest zijn waarom er bij blauwe goulds een gele waas was op de buik. Onze stelregel is echter dat we alles dubbel checken. Tot onze verbazing kwamen we tot de conclusie dat er eigenlijk geen enkele wetenschappelijke bron was die deze phaeomelanine theorie kon onderschrijven. Microscopisch onderzoek van deze veren toonde eveneens geen enkele indicatie voor de aanwezigheid van phaeo aan.
Omdat we ons nu ook niet willen vergelijken met professionele labo’s, zijn we dan maar verder gaan zoeken naar mogelijks andere wetenschappelijke onderzoeken die wel de aanwezigheid van deze phaeo konden aantonen. Maar er werd helaas nergens wetenschappelijk de aanwezigheid van phaeo in deze veren aangetoond. Mijn vragen aan diverse wetenschappers die met deze onderzoeken bezig zijn werden ook steeds negatief beantwoord. Er is wel sprake van de aanwezigheid van een afwijkend type carotenoïde, een carotenoïde die ze met zekerheid ook in de kopkleur van de oranjekop gevonden hebben en hoogstwaarschijnlijk ook in kleine hoeveelheden gevonden hebben in de borstveren, maar geen enkele melding van phaeo.
Onderzoeksresultaten van 4 verschillende onderzoekers (en een paar andere zaken) deed me destijds besluiten dat de *blauwe* gould geen volledige reductie van het carotenoïde veroorzaakte en bijgevolg genotypisch dan waarschijnlijk een turquoise was. Na het publiceren van mijn artikel over de *blauwe* goulds kregen we tot onze verbazing heel veel reacties. Men was er stellig van overtuigd dat er phaeomelanine aanwezig was en dat deze verantwoordelijk was voor deze gele aanslag. Ik wilde gerust ook deze piste bewandelen, maar er was geen enkel bewijs voor. Bij navraag bleek dat de betrokken partijen deze theorie ook niet wetenschappelijk konden ondersteunen en daardoor zaten we in een patstelling. Wij konden niet bevestigen dat er phaeomelanine aanwezig was en konden bijgevolg deze phaeo-theorie niet ondersteunen, zij konden niet aantonen dat er wel aanwezig was.
De theorie klopte wel, maar de bewijzen ontbraken en dat liet me niet los. Er werden daarom door mezelf de afgelopen jaren nog diverse onderzoekscentra en auteurs van publicaties over deze veren aangeschreven maar niemand kon de aanwezigheid van phaeo aantonen. Eerlijk gezegd raakte ik er meer en meer van overtuigd dat er waarschijnlijk geen phaeo aanwezig was, alle onderzoeken wezen steevast in in deze richting, maar toch bleef ik met de materie bezig. Immers “Sapiens nihil affirmat quod non probat”
Heel recent werden we dan op de hoogte gebracht dat de universiteit van Arizona een nieuw procedé ontwikkeld heeft waardoor ze de kleinste restjes melaninen kunnen traceren. Als er ook maar iets aanwezig was moest deze test dit vinden. Ik heb dan onmiddellijk met dit onderzoeksteam contact opgenomen. Tot mijn grote vreugde stemden ze in met een test. Eén probleem was echter hoe de veren in US krijgen. Gezien ze in US een beetje paranoia zijn mogen er in het kader van preventie tegen de vogelgriep geen veren gestuurd worden zonder de nodige documenten, vergunningen en torenhoge kosten. Om dat te vermijden heb ik mensen van de Amerikaanse gouldclub gevraagd om veren te sturen. Ik heb gevraagd om de meest gele veren aan de zijkanten van de buik te knippen en op te sturen. En ondertussen zijn de eerste resultaten binnen. Er werden nu wel degelijk restanten van melaninen aangetroffen, of het nu phaeo of eumelanine is staat nog niet vast, maar uiteindelijk hebben we nu toch voor het eerst een op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd bewijs dat er wel degelijk andere kleurstoffen in deze bevedering zitten dan alleen maar carotenoïden. Met andere woorden we hebben uiteindelijk een correct antwoord gekregen op deze vraag en kunnen we stellen dat de theorie van John van Eerd klopte en de mensen die deze theorie (zelfs zonder wetenschappelijk bewijs) ondersteunden hadden het wel degelijk bij het rechte eind. Het hoeft niet gezegd dat we nu ook deze stelling zullen ondersteunen.
Maar of we met deze vaststelling ook het antwoord kennen op de vraag of de blauwe gould nu echt blauw is, is helaas nog niet aan de orde want de buikveren van een blauwe gould werden door een ander onderzoekscentrum onderzocht en daarbij zou een voorlopige test ook sporen van carotenoiden aangetoond hebben. Met andere woorden, hopelijk weten we binnenkort of er sprake kan zijn van een echte blauwe gould, of wie weet dat er naast echt blauw ook parblues zijn. Wat het resultaat ook mag zijn, we houden u zoals steeds op de hoogte. “Vincit omnia veritas”
This autosomale recessive mutation, currently named Edged dilute, is present in lovebirds, Bourke Parrots, Cockatiels, Forpus, Eastern Rosellas, and possibly at least two other Rosella species (and not through hybrids!). In many of these species the mutation is still called ‘Pastel’ by most breeders. In lovebirds “edged dilute” has been used. This term Edged dilute was the English translation of the Dutch term which was in use for this phenotype. Since edged and dilute are in fact separate mutations this certainly leads to confusion when names overlap. We do not like ‘recessive edged’ because this implies a recessive form of the dominant edged and causes even more confusion. Blending the names together then suggests that the Edged and Dilute are alleles and that the bird is a heteroallelic specimen.
The term pastel has already been used for a mutation located on the a-locus, so this term was not an option either .
The last months we talked a lot with several breeders, judges and specialists on bird mutations in order to find a solution for this.
We received several proposals such as ‘scaled’, ‘scaled wing’, Streaked’, ‘Daub’ etc.
A few weeks ago, Mr. Pedro Prieto suggested the term “marble’. Since some breeders believe that this is the best proposed term for this mutation we can suggest the name marble for this mutation.
Other breeders prefer not to change, so in that case another possibility is to name it edgedilute (in one word and we dropped a ‘d’ to avoid that breeders think it is allelic).
But before we continue with this, I would like to know your opinion on this.
In lovebirds we have a dominant edged mutation and an autosomal recessive mutation called dilute. We also have a mutation which was in the past called ‘American Cherry, Golden cherry, etc’. In the international naming system we are using a translation of the Dutch term “pastelgezoomd” for this mutation which is edged dilute. The currently named Edged Dilute is also present in Bourke Parrots, Cockatiels, Forpus, Eastern Rosellas, and possibly at least two other Rosella species (and not through hybrids!). Here the birds also have different names.
The term “edged dilute” is for some breeders very confusing, because we also have edged and dilute as separate mutations. So we are wondering if it is better to improve on that term in the future.
There are a few possibilities:
use ‘edgeddilute’ instead of ‘edged dilute’
or we can name it ‘recessive edged’?
or a new name??
We agree there is certainly a confusion issue when names overlap. We believe it is better not to use ‘recessive edged’ because this implies a recessive form of the dominant edged and more confusion. Blending the names together then suggests the Edged and Dilute are alleles and the bird is a heteroallelic specimen. So we believe that, if we have to change, a new name needs to be found, another term for ‘edging’.
In het kader van het (vermoedelijk) parthenogenese kuiken bij een A. roseicollis in Nederland (zie artikel BVA blad april) hebben we bloedmonsters nodig van 25 andere (niet verwante) roseicollis. We zouden op een afgesproken tijdstip de vogels op één plaats verzamelen en Dierenarts Johan Van der Cruyssen uit Oosterzele zal de bloedstalen nemen (via de vleugels). Deze procedure is weinig belastend voor de vogels. De datum en plaats van inzameling zal eerstdaags in onderling overleg bepaald worden.
Deze bloedstalen gaan dan naar de Universiteit in Sheffield (UK) waar Prof.Tim Birkhead deze zal gebruiken voor verdere DNA analyse.
Wie wil helpen kan ons een e-mail sturen op: dirk@agapornis.be
Goed nieuws vanuit Duitsland. Vandaag kreeg ik van Dhr. Peter Frenger, keurmeester en medewerker van het technisch comité van AZ Duitsland, te horen dat zijn organisatie vanaf heden het internationale naamsysteem voor alle psittaciformes gaat invoeren. Dat is terug een grote stap vooruit voor onze hobby en maakt op die manier de contacten met onze Duitse collega’s terug een stap eenvoudiger.
Today I received good news from AZ Germany. Mr. Peter Frenger, Judge AZ Germany, wrote me that AZ decided to adopt, from now on, completly the international namingsystem for all mutation in psittacidae-species in Germany.
Vandaag hebben we de nieuwe MUTAVI website gelanceerd.
De nieuwe site is ontworpen door Martin Rasek en is heel prachtig geworden.
Neem alvast een kijkje op: www.mutavi.info
Today we have launched the new MUTAVI internet site. The new Internet site has been developed by Martin Rasek.
Visit us at www.mutavi.info
Gezocht:
Voor een research project over de ‘standaard – aka – langbevederde – roseicollis’ en de ‘Engelse grasparkiet’ zijn we op zoek naar kwekers die enkele proefparingen wensen op te zetten. De bedoeling is dat we deze “standaard roseicollis” en “Engelse grasparkieten” terug gaan verparen met een normale (kleine) wildvorm. Daarna gaan we verder proefparingen uit voeren met de F 1 en F2 generatie.
Liefhebbers die wensen deel te nemen kunnen met ons contact opnemen via: research@mutavi.info
Wanted:
For a research project on the ‘standard – aka long feathered – roseicollis’ and the ‘English budgerigar’ we are looking for breeders that wish to perform some test mating. We mean to repair these ‘standard roseicollis’ and ‘English budgerigars’ back to a normal (small) wild type bird. After that we proceed with test pairings on the F1 and F2 generation.
Interested breeders can reach us via: research@mutavi.info
Sinds een tweetal jaren krijgen we regelmatig meldingen van roseicollis die uiterlijk sterk lijken op de slaty mutatie, een autosomaal dominante mutant welke we aantreffen bij o.a. de Agapornis fischeri. Een aantal kwekers adverteren ook met deze vogels en verschillende liefhebbers komen dan bij ons aankloppen met de terechte vraag of het wel een ‘echte’ slaty is. Read the rest of this entry »