Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!

Genus Neophema, een taxonomisch overzicht

Genus Neophema, een taxonomisch overzicht

Door Dirk Van den Abeele
Ornitho-Genetics VZW
MUTAVI, Research & Advice Group

We merken de laatste jaren dat de leden van het geslacht Neophema terug meer en meer aanwezig zijn in avicultuur. Het feit dat er al diverse kleurmutaties ontstaan zijn bij deze sommige van deze soorten heeft zeker bijgedragen aan hun populariteit.

Deze Australische parkieten worden in het Engelse meestal “grass parrots,” “grass parakeets,” of “grasskeets” genoemd. De reden waarom is eenvoudig: deze vogels foerageren hoofdzakelijk op de grond tussen het gras waar ze zich te goed doen aan de aanwezige zaden. Volgens sommige onderzoekers zou dat hun enige voedingsbron zijn [1]–[3]. In het Nederlands hebben de liefhebbers het gewoon over Neophema’s. De reden waarom we voor deze soort geen Nederlandse vertaling gebruikt hebben van de Engelse term “grass parrots” (zoals meestal gebeurde) is waarschijnlijk omdat we de term grasparkiet al gebruiken voor de Australische Melopsittacus undulatus. Deze soort wordt in de Engelse taal aangegeven als budgerigar of budgie.

Neophema zijn in de wildbaan ongeveer 20 – 25 cm groot en hebben een mix van geel, groen, blauw en rode kleuren. Er zijn zes soorten en met de ondersoorten erbij komen we aan acht [4]. Vier soorten hebben een blauwe voorhoofdsband en geen duidelijk onderscheid tussen beide seksen, twee soorten hebben een compleet blauw masker en een duidelijk onderscheid tussen beide seksen. In de wildbaan leven ze in het zuiden van Australië en Tasmanië [5], [6].

Forpus coelestis: Yellam green

Forpus coelestis: Yellam green

By Dirk Van den Abeele

Ornitho-Genetics VZW
MUTAVI, Research & Advice group

It was at the end of 1980 when in the USA an ‘almost yellow’ Forpus coelestis was born [1].  The fact that this new mutation had dark eyes, could immediately exclude the possibility of an ino form.   With an ino mutation, it is typically that besides a visual reduction of the eumelanine presence (the dark pigment in the feathers), resulting in a yellow bird, thus the eyes can also not have the normal dark colour, but they are red coloured [2, p. 345].  Not only these red eyes are absent with this mutation, also the body colour is not yellow like a ino is, but is generally described as ‘light yellowgreen’.

Forpus coelestis: Yellam green

Forpus coelestis: Yellam green

Door Dirk Van den Abeele
Ornitho-Genetics VZW

Het was eind 1980 toen er in Amerika een ‘bijna gele’ Forpus coelestis geboren werd [1]. Het feit dat deze nieuwe mutant donkere ogen had kon onmiddellijk een ino vorm uitsluiten. Bij een ino is het immers typerend dat er naast een totale visuele reductie van het aanwezige eumelanine (de donkere kleurstof in de veren) met als gevolg een gele vogel, ook de ogen niet de normale donkere kleur hebben, maar wel roodgekleurd zijn [2, p. 345]. Niet alleen deze rode ogen zijn afwezig bij deze mutant, ook de lichaamskleur is niet geel als bij een ino, maar wordt meestal als ‘’licht geelgroen’ omschreven.

Naar analogie van de toen heersende benaderingen van kleurmutaties kreeg de vogel de naam ‘Amerikaans geel’ of ‘American yellow’. Amerikaans refereerde uiteraard naar de plaats van oorsprong en de naam geel lag voor de hand.

Red lovebirds, a mutation?

Red lovebirds, a mutation?
[Genus Agapornis]

By Dirk Van den Abeele
(16-02-2005)
(updated 13/12/2007)

It was around 1980 when I first came across a ‘red’ love bird in a shop. It was a lutino A. roseicollis hen which for some reason was coloured almost completely red. The result was an almost completely red bird, with red eyes, white primaries and an occasional yellow feather. At that point I did not know whether this was a mutation or not. I thought it was a normal mutation and bought the bird. I was convinced that this would enable me to start breeding red birds but that was not the case. After about 6 months the bird died without having produced offspring. I vowed that if I ever got the chance I would buy another specimen and to start a blood line.

Rode agaporniden, een mutatie?

Rode agaporniden, een mutatie?
[Genus Agapornis]

Door Dirk Van den Abeele
(16/02/2005)
(updated 13/12/2007)

Het was rond 1980 toen ik voor het eerst een ‘rode’ Agapornis zag in de handel.  Het was een lutino A. roseicollis pop die door een of andere reden bijna volledig rood gekleurd was.  Het resultaat was een bijna volledig rode vogel met rode ogen, witte slagpennen en hier en daar  enkele gele veren. Ik had toen geen enkel benul of het hier al dan niet om een mutatie ging. Ik dacht dat dit een gewone mutant was en kocht de vogel aan.  Ik was er vast van overtuigd dat ik nu ook rode vogels kon kweken, maar niets was minder waar.  Na een zestal maanden stierf de vogel zonder kweekresultaten.  Ik nam voor om, wanneer ik nog eens de kans kreeg, opnieuw een rood exemplaar aan te schaffen en daarmee een stam op te zetten.

Pale inderdaad allele van SL ino locus en iets over catharinaparkieten

Ik had het al meerdere keren aangehaald en vermeld in mijn boeken dat de pale mutant, naar alle waarschijnlijkheid, een allele van het SL ino locus zou zijn. Recent hebben we daar dan de bewijzen voor gekregen. Hoe en wat dat wordt u allemaal duidelijk in het BVA magazine van juni want dan wordt alles daar uit de doeken gedaan in een uitgebreid artikel.

We kunnen dan ook met zekerheid aangeven dat deze mutatie inderdaad identiek is aan de mutatie die we in 2003 beschreven hebben bij de cataharinaparkiet [Bolbohynchus lineola].  Om het wat te verduidelijken hebben  we hier het artikel uit 2003 over deze mutant bij de catharinamutant nog eens gepubliceerd. Een paar van de originele termen hebben we wel vervangen door de huidige, kwestie van het wel nog begrijpbaar te houden. Besef ook dat het lijstje van mutanten dan ook niet meer up to date is, maar, anno 2003, was het dat wel.

Over satinet en agaat bij kanaries [Serinus canaria]

 Over satinet, agaat en andere vragen rond kanaries [Serinus canaria]

Dit lijkt de laatste tijd een heikel punt te zijn in de kanariewereld. Verouderde opvattingen en verkeerde interpretaties van wat men denkt te zien liggen hier meestal aan de basis ervan en zorgen voor de nodige discussies.
Daarom publiceren we hier een artikel over deze materie. Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het AOB blad in Belgie en valt onder het copyright.

Over satinet, agaat en andere vragen rond kanaries [Serinus canaria]

Wat met de agaat barmsijs?

We zijn de laatste jaren regelmatig benaderd door liefhebbers met de vraag hoe het eigenlijk zit met de ‘agaat’ barmsijs [Acanthis flammea]. Deze SL (geslachtsgebonden) recessieve mutatie roept bij heel wat fokkers twijfels op. Ze baseren zich vooral op het feit dat, wanneer ze combinaties maken met andere agaat vinken, er niet de logisch te verwachten agaat hybriden geboren worden, maar wel ‘pastel fenotypes’. Dat gegeven zorgt voor heel wat vragen, speculaties, twijfels en de nodige misverstanden.
Medio 2015 hebben we dan de start gemaakt om de zaken eens op een rijtje te zetten, maar dat bleek niet zo eenvoudig te zijn. De bekomen info was niet alleen beperkt en verwarrend, qua juistheid waren er ook heel wat twijfels over. Er zijn heel wat aannames in deze tak van de hobby en iedereen heeft dan ook zijn of haar eigen interpretatie die niet altijd even correct blijken te zijn. We zetten de feiten toch even op een rijtje voor jullie.

On request: Blue, aqua and turquoise mutations in Lovebirds

Blue, aqua and turquoise mutations in Lovebirds

Published in BVA Magazine 2014

By Dirk Van den Abeele
MUTAVI, Research & Advice group
Ornitho-Genetics VZW

Translated by Daniel Nuyten

Blue.
The first blue colour mutation in parakeets most likely appeared in budgerigars. Reports of blue budgies already date back to 1878 when one was born by a breeder in Belgium. (van der Linden, 2002, p.9).
However, this wasn’t the only species where blue birds showed up. During the years blue mutations appeared in many species. In lovebirds they found the first blue Agapornis personatus in a shipment of imported birds from Tanganyika (Tanzania) to England in 1927 (SETH-SMITH, 1932). Blue A. fischeri, A. nigrigenis and A. lilianae were acquired through transmutations. There are also *blue* Agapornis roseicollis, but everyone knows by now that this is a selection type of turquoise, so genetically not a true blue mutation.

On request: English translation The marbled – greywing mystery (aka quartz)

The marbled – greywing mystery

Written by Dirk Van den Abeele, translated by Evy Dens
Ornitho-Genetics VZW
MUTAVI, Research & Advice group

I don’t think that there is one mutation in Agapornis roseicollis that has had so much name changes than marbled.
The first marbled A. roseicollis was most likely born in America. We can deduce this from the original name of the mutant. In the early stages, one spoke of the “American golden cherry”, which was a deformation of the American cherryhead or simply the American yellow or American yellow pastel. When the first marbled appeared in the aqua and turquoise series, names such as silver, silver cherry etc surfaced. Overall there was enough variation.

Het marbled – greywing mysterie (aka quartz)

Het marbled – greywing mysterie

Ik denk niet dat er één mutant is bij Agapornis roseicollis die zoveel naamswijzigingen heeft ondergaan dan deze marbled.
De eerste marbled A. roseicollis zag naar alle waarschijnlijkheid voor het eerst het levenslicht in Amerika. Dat kunnen we afleiden uit de originele naam voor deze mutant. In beginfase sprak men van ‘Amerikaans golden cherry’, wat een vervorming was van American cherryhead of gewoon van American geel of Amerikaans geel pastel. Toen de eerste marbleds in de aqua- en turquoisereeks verschenen, doken namen op zoals zilver, zilver cherry enz. Kortom variatie genoeg.

Parblue mutations – PPR partial psittacine reduction

Lots of breeders are asking questions about possible new alleles of the blue locus in ringnecks.
I am afraid that the answer to this question is not that easy. Till now, only 2 “parblue” loci are recognized: aqua and turquoise. That doesn’t mean that other alleles are not possible. The only problem is how to determine that a particular phenotype is indeed a new allele, because a PPR (partial psittacine reduction) mutation is not as simple as we might think.

The blue colors seen in feather barbs of several bird species is produced by interference. But not only this interference has its influence on the final color, lots of other factors can change the visual color of a feather, so also a parblue feather.