Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!

FAQ: pastel versus dilute

FAQ: wat zijn nu de grootste verschillen tussen pastel en dilute?

Om te beginnen zijn beide eumelaninemutanten van een geheel andere oorsprong. Pastel is een vorm van albinisme en is een allele van het a-locus. Doordat het een vorm van albinisme is, kunnen de kleur van de poten en nagels aangetast worden. Bij de meeste pastels zijn deze dan ook veel bleker gekleurd dan normaal. De afzetting van het eumelanine gebeurt eerder random waardoor een meestal een vlekkerig effect in de veren te zien is.  De kleur van de slagpennen gaat van wit naar grijs. Het ideaalbeeld van 50% reductie in de veren is dan ook moeilijk haalbaar.

Bij dilute hebben we macromelansomen in de veren waardoor de reductie eerder veel meer egaal lijkt, de vogels en opvallend de kleur van de poten wordt amper aangetast en de kleur van de slagpennen is veelal egaal en donkergrijs. Waar bij pastels deze slagpennen meestal veel lichter zijn.

Voor een geoefend oog zijn de verschillen duidelijk te zien, maar voor wie minder ervaring heeft is het niet steeds evident. Dat bewijst het feit dat een medewerker in Nederland in 2016 drie maal een dilute ingestuurd heeft tijdens een show en deze drie keer als pastel werden gekeurd (met zelfs heel hoge punten – en door keurmeesters met ‘een specialisatie’  agaporniden).

Ander probleem zijn de vogels uit de reeks ‘de soep van de dag’. Velen hebben moeite om te snappen dat er internationale afspraken zijn omdat het echt nodig is. Wanneer we eumelaninemutanten door elkaar gaan mixen blijven er steeds genen haperen die de kleur van volgende generaties blijvend gaan beïnvloeden.
Ik denk toch niet dat we daar zitten op te wachten?
Trouwens wat is er beter dan fokzuivere pastels of fokzuivere dilutes?????  – een leffe misschien 🙂 –

 

6 Responses to FAQ: pastel versus dilute

  1. Ik ken het probleem van verwarring in deze namen. MAAR er dient hier een onderscheid gemaakt te worden. Bij agaporniden proberen we de gebruikte namen steeds te linken aan de wetenschappelijk gebruikte namen.

    Daarom wordt pastel bij agaporniden nooit gebruikt voor een SL recessieve mutant zoals je beweert, maar enkel voor een recessieve mutant van het autosomale a-locus. Deze naam is sinds de jaren 1930 reeds gebruikt voor deze mutant bij Agapornis personatus. Rond 1960 hebben ze bij kanaries dan gedacht deze naam te moeten gebruiken voor een gslachtsgebonden recessieve mutant. (waarschijnlijk om het eenvoudig te maken 🙂 )

    Net als dilute, deze term is al decennia gelinkt aan een typisch beeld qua eumelaninevorming en is meermaals wetenschappelijk beschreven. Er is tot op heden nog geen enkele (echte) dilute beschreven die autosomaal dominant overerft, maar wel steeds autosomaal recessief. – of het moet zijn dat men de interactie van allelen van dat dilute locus (zijn tot op heden drie alleles van gekend) verwart met de expressie van de genen – Vandaar dat men bij agaporniden, deze naam alleen linkt aan mutanten die qua pigmentvorming in deze klasse vallen.

    Deze internationale afspraken / wetenschappelijke richtlijnen worden bij ons steeds correct gevolgd.

    Ik weet dat dit bij inlandse vogels en exoten niet gezegd kan worden. Daar knoeien en dopen ze er inderdaad maar op los. Vandaar, dat binnen dat wereldje, nog steeds de grote variatie van namen bestaat die u daarnet opsomt. Ze bepalen ook nog steeds op zicht met welke mutant ze te maken hebben. Wanneer dan blijkt dat ze verkeerd zijn blijven ze dat jaren volhouden. Maar goed dat is hun goed recht. Wij proberen het beter te doen.

  2. Eric says:

    Jullie doen het niet alleen veel beter, je bent de anderen jaren voor. Mr. Elsen klaagt terecht de namenchaos aan. Neem maar de grasparkietenmensen, ze lopen meer dan 100 jaar achterop. In Nederland heeft men voor een geslachtsgebonden dominante mutant bij goulds maar liefst drie namen. Ze snappen niet dat het om diverse fenotypes van een en dezelfde mutant gaat. Over de inlandse vogels wil ik het zelfs niet hebben. Dat is armoe troef.
    Ja wij zijn gelukkig dat we bij agaporniden in de bva wel de juiste info krijgen, daarom ben ik in de andere bond zelfs geen lid meer.

  3. Patrick says:

    Ik ben blij dat u het zelf aansnijdt dat het ideaalbeeld bij pastels (50%) heel moeilijk haalbaar is. Na zes jaar zuivere pastels kweken heb ik meer vogels met witte en heel lichtgrijze slagpennen gekweekt dan vogels die grijze slagpennen hadden. Van deze laatste had ik maar een tweetal op stok gehad en deze slagpennen waren dan nog sterk wit omzoomd. Deze werden om die reden dan ook op de tentoonstelling door de keurmeester bestraft, in tegenstelling tot de witte en lichtgrijze slagpennen waar geen reactie op kwam. Is het niet aangewezen om de standaarden aan te passen?

  4. Toeval, deze namiddag heb ik het ook nog met iemand anders daarover aan de stok gehad. Elke vogel heeft, net als een mens, zijn eigen karakteristieken. De ene is wat groter, de andere wat kleiner, sommige vogels hebben meer eumelanine dan de andere enz. Ook bij eumelaninemutanten hebben we diverse verschijngsvormen. Zo zal pastel het tyrosinaseproces beïnvloeden. Het gevolg: een blekere vogel, maar ook beperkt verschillend van vogel tot vogel.
    Probleem is dan dat voor wedstrijden er richtlijnen moeten afgesproken worden waaraan deze vogels moeten voldoen om veel punten te scoren (en ze herkenbaar te maken voor de keurmeesters). In geval van pastel werd dan ook een ideaal beeld en visuele reductie van 50% van het eumelanine voorop gesteld. Toegegeven, een moeilijk te halen kaart, maar dat is dan ook een ideaalbeeld.
    Dilute idem. Hier is de reductie in het verenkleed meer egaler en meer stabiel dan bij pastel, maar ook hier heel wat verschillen in de slagpennen. Deze gaan van donkergrijs naar grijs/lichtgrijs. Bij Agapornis roseicollis zijn de slagpennen meestal lichtgrijs. Maar veel dilute vogels uit de oogringgroep, hebben eerder vrij donkere slagpennen. Toch hebben de mensen die aan de standaarden meewerken geopteerd om deze, net als bij Agapornis roseicollis, als lichtgrijs te vragen. Dat beeld staat dan in evenredigheid met de reductie in het verenkleed en oogt volgens hen het mooist.
    Niet altijd even logisch, maar het kan en is een schoonheidsideaal. Zijn alle andere dan ‘verkeerd’ of ‘niet zuiver’. Absoluut niet, ze voldoen enkel niet aan het ideaalbeeld voor wedstrijden. Niets meer, niets minder.
    Bekijk het logisch: elke man kan voor Mr. Univers gaan, maar ik denk niet dat ik een kans maak om te winnen, want ik voldoe absoluut niet aan ‘het ideaalbeeld’. 🙂 🙂 🙂

  5. Patrick says:

    dank voor dat eerlijk antwoord, maar is het dan niet aangewezen dat we de standaardregels wat aanpassen?

  6. Ik vrees dat je toch de bal nog eens verkeerd slaat.
    Als vader als symbool a*pa/a*pa heeft staat dat voor pastel en niet voor pastel/NSL ino. Als het een PastelIno is, is het symbool a/a*pa (of indien mogelijk allelesymbolen in superscript). Pastel/SL ino bestaat niet in agaporniden. Ik zou toch eens aanraden om deze afspraken te lezen: http://www.ornitho-genetics.info/downloads/ia-nl.pdf
    Dus zoals je ziet is er voor de meeste situaties een oplossing voorzien.
    En nu komt er een slot op en hoop ik meer wereldschokkende zaken te horen. Habemus Papam

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.