FAQ: standaardeisen – Lezersbrief

Recent ontvingen we deze vraag via email. Na overleg met de afzender, leek het voor ons beiden interessant om deze vraag met u te delen.

Beste Dirk,

Ik ben nu toch al een paar jaar met agaporniden bezig en heb respect voor uw werk, maar toch ben ik (en anderen) vrij sceptisch voor wat betreft de standaardeisen voor agaporniden. Persoonlijk vraag ik me af of het wel zo een goed idee is dat u deze uitwerkt. Wetenschap heeft nu toch weinig met standaardeisen te maken. Denkt u niet dat u door de wetenschappelijke toer op te gaan, sommige zaken in de standaarden verkeerd beschrijft? Is dat eerder geen taak voor keurmeesters? Het lijkt misschien belachelijk maar daar heb ik toch al eens wakker van gelegen  temeer sommigen dit maar al te graag als argument tegen jullie standaardeisen gebruiken.
Groeten,

Piet
(volledige naam en adres gekend op redactie)


Beste Piet,

dat is inderdaad een heel goede en terechte vraag, maar ik kan u al onmiddellijk geruststellen: vanuit Ornitho-Genetics werken we enkel het voorontwerp uit. Dat voorontwerp gebeurt dan meestal ook nog in samenspraak met diverse fokkers wereldwijd. Daarna  wordt dit voorgelegd aan de keurmeesters van de deelnemende bonden en de keurmeesters van BVA-International. Deze bepalen dan zelf hoe en wat de precieze omschrijvingen / standaardeisen worden. Onze taak is hier uitsluitend adviserend en we zien er enkel op neer dat de internationale afspraken strikt toegepast worden.

Wanneer er twijfel is over bepaalde zaken wordt dat aangegeven door de keurmeesters en gaan wij dan proberen deze wetenschappelijk te onderbouwen en zo een correct antwoord te formuleren. Lukt dat niet, dan gaan we kortsluiten met fokkers. Daarna sturen we deze info opnieuw door naar de keurmeesters. Het is dan weer aan hen om te beslissen of ze daar al of niet rekening mee houden.  Het laatste woord is en blijft dus aan de deelnemende keurmeesters / TC’s. Enkel zij bepalen de inhoud van de standaardeisen, niet ik, niet het BVA bestuur of iemand anders van Ornitho-Genetics of eender welke andere organisatie.

Eens er door de keurmeesters dan een akkoord bereikt is, schrijft onze administratie deze standaardeisen netjes uit en zet ze, na controle door de TC’s, online. Als er dan daarna vragen of opmerkingen komen van liefhebbers, worden deze dan wel door ons behandeld en desnoods doorgegeven aan de TC’s.

Dus Piet, het is, of was, of zal, nooit de bedoeling zijn dat wij de inhoud van de standaardeisen bepalen, dat is tot op heden ook nog nooit gebeurd. Standaardeisen bepalen is en blijft, zoals u zelf aangeeft, inderdaad een taak van keurmeesters want geloof me…. wij hebben andere zaken aan ons hoofd.
Voila vriend, hopelijk slaap je nu wat beter  🙂

Dirk


Heeft u zelf nog andere vragen of heikele punten die u graag met ons wil delen, laat maar weten, maar zet wel je telefoonnummer in uw email, want anonieme berichten worden niet gelezen en gaan direct in de prullenbak. 

Print Friendly


4 Responses to FAQ: standaardeisen – Lezersbrief

  1. Bart Descamps says:

    Standaardeisen zijn vooral een hulp voor de iets minder gevorderde liefhebber die in de standaardeisen kan nagaan welke kenmerken een bepaalde vogel(wildvorm, mutant, combinatie van mutanten) moet vertonen. Deze kenmerken zijn wel degelijk gebaseerd op de (wetenschappelijke) beschrijving van de wildvorm en de (wetenschappelijke) kennis van de mutanten en welke invloed deze hebben op het uiterlijk (fenotype) van de vogel. Gevorderde kwekers die de kenmerken van de wildvorm en mutanten goed kennen, hebben geen standaardeisen nodig om te weten welke kenmerken een bepaalde vogel moet vertonen. Standaardeisen zijn dus niet het resultaat van de voorkeur van de ene of andere keurmeester maar het resultaat van een goede observatie van de wildvorm en logisch nadenken mbt het effect van mutaties op deze wildvorm.
    Idem voor kweekuitkomsten. Gevorderde kwekers hebben geen kweekuitkomsten nodig om deze te voorspellen, zij hebben genoeg aan de kennis van de mutant en de manier van vererven. Kweekuitkomsten kunnen wel een hulp zijn voor de beginnende liefhebber.

  2. Benny de Ruiter says:

    Goede en juiste opmerking is dat bij de bva standaarden alles start met de wetenschappelijke beschrijving van de wildvorm en niet met bastaarden.
    Met andere woorden, de wetenschappelijke ondersteuning en kennis van Dirk of ornithogenetics en de goede observaties en inschattingen van de keurmeesters staan garant voor de perfecte standaardeisen. Wie het tegendeel beweert is of onwetend? of jaloers??

  3. Bert Van Gils says:

    Reactie op de bijdrage van Bart:

    “Deze kenmerken zijn wel degelijk gebaseerd op de (wetenschappelijke) beschrijving van de wildvorm”.

    Dat klopt helaas niet helemaal. In de standaardeisen wordt regelmatig afgeweken van de wildvorm. Ik spreek nu niet specifiek over de agaporniden maar over standaardeisen in het algemeen. Bastaardkenmerken kunnen dan wel zoveel mogelijk vermeden worden, en terecht, maar bv. vergroting van het formaat, intensivering van de kleur van bepaalde veervelden, enz. doen de standaardvogels vaak (sterk) afwijken van de originele wildvorm. Een feit dat overigens sterk in ons nadeel speelt in de discussie met tegenstanders van onze hobby.

    Behalve het bovenstaande punt ben ik verder wel akkoord met uw bijdrage.

  4. Daniel says:

    Bert heeft inderdaad gelijk. Uiteindelijk zijn standaardeisen niets meer dan een ideaalplaatje welke tentoonstelling liefhebbers naar geacht worden te kweken en keurmeesters vogels op beoordelen. Voor lange termijn behoud van vogelpopulaties in gevangenschap en voor de toegevoegde waarde van onze hobby buiten tentoonstelling is dit echter een nutteloos middel. Juist ook omdat je voor tentoonstellingsstammen vaakt werkt met stammen waar bewust de genetische diversiteit beperkt wordt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *