Genus Forpus, een taxonomisch overzicht – deel 8 Forpus spengeli (Hartlaub) 1885

Genus Forpus, een taxonomisch overzicht – deel 8
Forpus spengeli (Hartlaub) 1885

Door Dirk Van den Abeele
Ornitho-Genetics vzw
MUTAVI, Research & Advicegroup

Gepubliceerd in 2015

We vinden Forpus spengeli terug in het noorden van Colombia. Uit onderzoek weten we dat ze zich daar regelmatig te goed dan aan de vruchten van de Cecropiaboom (Janzen, 1969). Ze zouden zich daar hoofdzakelijk ophouden in half open bosgebieden. Over hun broedgewoonten in de wildbaan is zo goed als niets geweten. We vermoeden dat ze, net als alle andere Forpussoorten, in boomholtes broeden.

Het parcours dat Forpus spengeli heeft afwerkt om vandaag de dag (terug) als zelfstandige soort beschouwd te worden is op zijn zachtst uitgedrukt indrukwekkend. Het was de Duitse natuuronderzoeker, zoöloog en arts Carl Johann Gustav Hartlaub (1814-1900) welke als eerste deze soort beschreef. (Twee jaar later werd dezelfde soort nog eens door Ridgway als Psittacula exquisita beschreven. Maar volgens de regels heeft natuurlijk de eerste naam het voorrecht.)

Hartlaub maakte na het beëindigen van zijn studies verschillende reizen waarbij hij heel veel vogels verzamelde. Deze balgen schonk hij aan het Museum der Naturhistorischen Gesellschaft in Bremen. Samen met zijn assistent Jean Louis Cabanis (welke ook Forpus modestus beschreef) richtte hij in 1852 het ‘Journal für Ornithologie’ op. Dit tijdschrift is nu het oudste nog bestaande ornithologische vaktijdschrift. Hij was heel actief en beschreef 169 nieuwe vogelsoorten (Gill & Donsker, 2016).

In ‘Proceedings of the Scientific Meetings of the Zoological Society of London’ uit 1885 beschreef hij Forpus spengeli. Het werd een vrij uitgebreide beschrijving en ik geef een vrije vertaling van de belangrijkste passages in de tekst:

In een kleine collectie balgen afkomstig van Baranquilla, welk kort geleden aan het Museum van Bremen is geschonken, vond ik een enkel exemplaar van een nogal typische Psittacula. Zo te zien geheel volwassen en waarschijnlijk een mannetje. Nadat ik deze kleine vogel had vergeleken met de aanwezige Psittacula in onze collectie – Psittacula passerina uit Zuidoost Brazilië, Psittacula cyanochlora uit Noord Brazilië…, Psittacula cyanopyga van de Tres Mariaseilanden, Psittacula coelestis en Psittacula conspicillata – , en na het tevergeefs zoeken naar een beschrijving van deze vogel in de bestaande systematische literatuur denk ik dat het gerechtvaardigd is om deze Psittacula als nieuwe soort te beschrijven. Ik had deze graag genoemd naar mijn vriend Dr. W. Spengel, bekend zoöloog en directeur in het Museum van Bremen.

 

Psittacula spengeli, (Nov. Spec)

Dan komt, zoals destijds voorzien in de regels van de taxonomie een beschrijving van deze vogel in het Latijn, gevolg door een Engelse vertaling waaruit ik citeer:

De kleur van het bovenlichaam is licht parkietgroen, helderder en puurder op het bovenhoofd en de wangen. Onderlichaam iets lichter gekleurd met een licht gele waas; stuit en bovenstaartdekveren een licht turquoise blauwe kleur (idem als bij Psittacula cyanopyga), grote vleugeldekveren hebben dezelfde kleur; slagpennen zijn zwart aan de binnenvlag; buitenvlag is groen; ondervleugeldekveren zijn aan de vleugelrand eveneens licht turquoise blauw; dichter bij het lichaam eerder licht blauw; staartveren lichtgroen, staartpennen hebben een gele vlek in het centrum, met een onduidelijke groene schijn; de onderstaartdekveren zijn zeer licht geelgroen; bek is groot en witachtig van kleur; poten vleeskleurig.

Psittacula spengeli lijkt op Psittacula cyanopyga wat betreft de turquoise kleur op de stuit; maar is kleiner van formaat en de bek is groter; en heeft op de binnenste vleugeldekveren een kobaltblauwe vlek, net als de gele binnenvlaggen van de staartveren.

Bij Psittacula cyanochlora… lijken de binnenste vleugeldekveren goed op deze van Psittacula spengeli; maar de kleur van hun stuit is … schitterend emerald groen, en de binnenvlaggen van hun staartveren zijn niet geel maar groen met een gele rand. Psittacula cyanochlora is in het geheel een grotere vogel en heeft een veel kleinere bek. De kobaltblauwe kleur die we zo opvallend aantreffen in de slagpennen bij Psittacula cyanochlora is totaal afwezig bij Psittacula spengeli.

Zo ver ik weet is Psittacula spengeli de enige soort in dit genus die de zelfde kleur heeft van de binnenste vleugeldekveren als Psittacula passerina en een identieke kleur op de stuit heeft dan Psittacula cyanopyga.‘… Einde citaat.

U ziet dat Hartlaub een vrij uitgebreide beschrijving en heel wat argumenten gaf waarom het hier volgens hem over een aparte, nog niet beschreven soort, ging. Hij vergeleek de vogel uitvoerig met de toen gekende soorten (omdat deze oudere namen wat verwarrend kunnen overkomen zet ik er de hedendaagse soortnamen eens bij) Psittacula passerina = Forpus passerinus , Psittacula cyanochlora = Forpus passerinus cyanochlorus , Psittacula cyanopyga van de Tres Mariaseilanden = Forpus cyanopygius insularis, Psittacula coelestis = Forpus coelestis en Psittacula conspicillata = Forpus conspicillatus en gaf de duidelijke verschillen op met sommige van deze soorten.

Hij plaatste er ook nog een vrij gedetailleerde tekening bij.

Toch klasseerde Peters deze soort in 1937 in de Checklist of Birds of the world (Peters, 1937) als een ondersoort van Forpus passerinus en noemde ze bijgevolg Forpus passerinus spengeli.

In 1980 klasseerden Howard & Moore ze als een ondersoort van Forpus xanthopterygius en werd het Forpus xanthopterygius spengeli (Howard & Moore, 1980). In 1997 werd het volgens het Handbook of the birds of the world Forpus crassirostris spengeli (Del Hoyo, Elliott, Sargatal, & Cabot, 1997). Forpus crassirostris was een (niet geldige) naam die ook voor Forpus xanthopterygius gebruikt werd.
Verwarrend?? ik dacht het niet (LOL).

De meeste hobbykwekers hadden dan ook al jaren hun (terechte) bedenkingen bij het feit dat F. spengeli een ondersoort zou zijn van een bestaande forpussoort en de discussies daarover waren niet te tellen. Gelukkig kwam in 2013 het verlossende antwoord dank zijn het DNA onderzoek van Smith (Smith, Ribas, Whitney, HernÁndez-baÑos, & Klicka, 2013).

Er kan nu geen twijfel meer over bestaan: Deze soort is zeker geen ondersoort van Forpus xanthopterygius, maar lijkt eerder een verder geëvolueerde Forpus passerinus. Niet te misverstaan: het is geen ondersoort van Forpus passerinus. Het onderzoek gaf ook aan dat Forpus xanthopterygius en Forpus passerinus ooit een gemeenschappelijke voorouder hadden en deze soorten (Forpus spengeli incluis) bij de jongsten van het genus horen.
Met andere woorden
Hartlaub had het bij het rechte eind: Forpus spengeli is wel degelijk een aparte soort. Dat is eigenlijk ook vrij logisch want het verspreidingsgebied van Forpus spengeli ligt tussen dat van Forpus conspicillatus (in het noorden van spengeli), Forpus passerinus (in het oosten van spengeli) en Forpus xanthopterygius (in het zuiden van spengeli). En ook de kleuren van spengeli liggen tussen deze drie soorten in. Dus in het geheel toch vrij zelfstandig. In 2015 en 2016 werd in de taxonomie deze stelling ook erkend en bevestigd (Donegan, Verhelst, Ellery, Cortés-Herrera, & Salaman, z.d.) .

Forpus spengeli in avicultuur

Deze soort zou beperkt aanwezig zijn avicultuur.

Literatuur:

Del Hoyo, J., Elliott, A., Sargatal, J., & Cabot, J. (1997). Handbook of the birds of the world (Vol. 4).

Donegan, T., Verhelst, J. C., Ellery, T., Cortés-Herrera, O., & Salaman, P. (z.d.). Revision of the status of bird species occurring or reported in Colombia 2016 and assessment of BirdLife International’s new parrot taxonomy. Geraadpleegd van https://www.researchgate.net/profile/Thomas_Donegan/publication/309618184_Revision_of_the_status_of_bird_species_occurring_or_reported_in_Colombia_2016_and_assessment_of_BirdLife_International’s_new_parrot_taxonomy/links/581a10d608aeffb294130f63.pdf

Howard, R., & Moore, A. (1980). A complete checklist of the birds of the world. Academic Press Ltd. Geraadpleegd van http://www.cabdirect.org/abstracts/19910506948.html

Peters, J. L. (1937). Peters’s’ Check-List of Birds of the World’ (Vol. 3). Harvard University Press.

Smith, B. T., Ribas, C. C., Whitney, B. M., HernÁndez-baÑos, B. E., & Klicka, J. (2013). Identifying biases at different spatial and temporal scales of diversification: a case study in the Neotropical parrotlet genus Forpus. Molecular ecology, 22(2), 483–494.

 

Digiprove sealCopyright secured by Digiprove © 2019 Dirk Van den Abeele
%d bloggers like this: